Geïnspireerd na het lezen van 'The Great Turtle Chase' door Anthony Pierlioni heb ik ook n.a.v. mijn laatste veld-herp trip met studenten wat opgeschreven.
Op zaterdag in de meivakantie ben ik samen met drie studenten toegepaste biologie en drie studenten dierverzorging afgereisd naar Zuid-Limburg om te ‘herpen’. Herpen of herping is een fotosafari naar reptielen en amfibieën in het wild. Het woord herpen is afgeleid van herpetologie; de wetenschappelijke studie naar reptielen en amfibieën, waarbij herping de Engelse equivalent is.
We gingen naar Zuid-Limburg omdat daar vanwege de bodem, het landschap, de vegetatie, het reliëf, de hoogteligging, de temperatuur etc. andere amfibieën en reptielen leven dan in de rest van Nederland. Dus gingen we op zoek naar specifieke soorten die alleen daar voorkomen. Ik had een route uitgestippeld en wilde graag de muurhagedis (alleen in Maastricht), de vroedmeesterpad, de geelvuurbuikpad en eventueel de vuursalamander zoeken en vinden. Met name de geelvuurbuikpad en de vuursalamander zijn bijzonder zeldzaam, waarvan de laatste misschien zelfs wel uitgestorven is in Nederland (en België). In ieder geval is de soort met zo’n 99,9% afgenomen door o.a. habitatverlies, maar vooral door de schimmelinfectie Batrachochytrium salamandrivorans die salamanders in m.n. noord-west-Europa sterk heeft doen afnemen.
Los van het feit dat het vinden van de vuursalamander (als die er al is) hetzelfde is als zoeken naar een speld in de spreekwoordelijke hooiberg, is het vaak zo bij dergelijke zoektochten, dat je vaak met ‘lege handen’ thuiskomt. Maar goed, we waren enigszins voorbereid met ook de apps Seek en ObsIdentify op onze telefoon die konden helpen met het determineren. We zijn met goede moed op pad gegaan. Naar Limburg. Met de schoolbus van Yuverta op ons eerste herping avontuur!
Ik had van tevoren vijf plekken bedacht waar de kans groot was om het e.e.a. tegen te komen van onze lijst. Ik had informatie van anderen, Ravon en iNaturalist verzameld en zo deze plekken bepaald. Het is gebruikelijk binnen deze hobby of de burgerwetenschap bij zeldzame en/of beschermde soorten om de exacte locaties niet te delen, dus houd ik het hier op Zuid-Limburg.
Zolang het nog dag was, moesten we eerst op zoek naar de dagactieve soorten: de muurhagedis en de geelvuurbuikpad. Eerst aangekomen bij een zgn. ‘hotspot’ in Maastricht voor de muurhagedis en zijn we op zoek gegaan naar dit reptiel. Het weer zat niet mee, dus achtte ik de kans klein om de dagactieve muurhagedis - die van zonnebaden houdt - te vinden op deze redelijk koele, bewolkte en regenachtige dag.
In het begin bleef het bij wat zandbijen en vrij forse wijngaardslakken, als bijzondere vondsten. In de eerste vijver die we vonden zat geen leven. Echter in de tweede vijver vonden we de larven van de gewone pad (Bufo bufo) en larven van een andere kikker, die zo ontzettend groot waren, waarvan ik eerst dacht dat het om de Amerikaanse stierkikker ging. Later bleek het veel aannemelijker dat het om de vroedmeesterpad (Alytes obstetricans) ging, want ook deze pad heeft exceptioneel grote larven. En de determinatie-apps kwamen ook op vroedmeesterpad. Deze pad heet in de volksmond ook wel de fluitpad en het karakteristieke geluid van deze pad hebben we ook gehoord, maar helaas het bijbehorende volwassen exemplaar niet gevonden. In de tweede vijver vonden we ook onze eerste salamandersoort: de kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) en een dood exemplaar van een salamander, waarvan het niet lukte om de exacte soort te bepalen.
In de derde vijver vonden we naast larven van de gewone pad en de vroedmeesterpad ook een paar exemplaren van de alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) in hun waterfase. Een supermooie salamander met stippen op zijn lijf en feloranje buik, waarvan we even verderop onder een baksteen ook de landfase van deze soort vonden. Ook een soort die in onze eigen omgeving (West-Nederland) niet voorkomt. Dus waren we erg blij met deze vondst.
Terwijl de groep verder liep, bleef één student wat achter om onder een stapel bakstenen te kijken of er nog wat bijzonders onder zat. En ja hoor, hij vond een hazelworm (Anguis fragilis); de enige pootloze hagedis die in Nederland voorkomt. Hoe leuk! Nu de muurhagedis onvindbaar werd, vonden we gelukkig toch nog een inheemse ander soort hagedis. Na het optillen van wat meer bakstenen vonden we nog een exemplaar van de alpenwatersalamander in landfase, die samen verscholen zat met een groot exemplaar (adult) van de hazelworm. Dit herping avontuur kon niet meer stuk!
Er waren inmiddels wat uren verstreken, ook om de schoolbus op te laden en te eten en we moesten verder. De tweede plek waar we naartoe wilden om de geelvuurbuikpad (Bombina variegata) te spotten lag wat uit de richting, dus moesten we een keuze maken. De geelvuurbuikpad is bovendien een dagactieve kikker, dus was de kans sowieso al klein geworden, daar het al begon te schemeren. We besloten om deze de volgende keer maar te doen. We kozen ervoor om een ander natuurgebied dichtbij op zoek te gaan naar de vroedmeesterpad. Maar helaas konden we geen ingang vinden en regende het ook ontzettend hard, waardoor we ook deze ‘hotspot' hebben laten varen en besloten we om nog één laatste natuurgebied op te zoeken, want misschien zouden we de vuursalamander (Salamandra salamandra) wel kunnen vinden. Indien die nog in Nederland voorkomt, dan zou het daar misschien nog wel vindbaar zijn.
Aangekomen bij de volgende plek moesten we eerst door een weiland om in het bos te komen. Ik koos ervoor om het pad naar beneden te volgen, want daar zou het vochtiger zijn en dan was de kans op het vinden van amfibieën het grootst. Het pad leidde tot aan het treinspoor en af en toe kwam er een trein langs in het donker. Het eerste half uur hadden we weinig succes en vonden we niks. Wel was er een waterstroom en veel omgevallen boomstammen, wat volgens ons uitstekende schuilplaatsen bood voor amfibieën. Tot een student in het waterstroompje langs het pad een bruine kikker (Rana temporaria) vond. Het was een juveniel exemplaar, maar wel de eerste kikker van vandaag. Dus doken we weer allemaal op het dier om een foto te maken. Even later vonden we er nog één en terwijl dit grotere exemplaar van de bruine kikker probeerden te volgen in zijn vlucht, was daar ineens de heilige graal op ons pad: de vuursalamander! Onvoorstelbaar gaaf en we waren allemaal super enthousiast. We hebben het dier natuurlijk niet aangeraakt, maar wel van alle kanten belicht en ik was extra blij dat het dier geen sporen had van besmetting met de dodelijke schimmel Bsal. Het dier was een juveniel dier waarvan ik denk twee jaar oud en zag er puntgaaf uit. Nadat we vele foto’s hadden gemaakt gingen we verder op zoek naar amfibieën en we vonden zo’n 40 meter verderop nog een exemplaar van de vuursalamander. Ons geluk kon niet meer op. Dit exemplaar was wat groter en minstens drie jaar oud, maar had helaas zichtbare sporen van de infectie met Bsal en volgens onderzoek zal dit dier na besmetting binnen twee weken sterven. Een hele toffe vondst, maar wel een beetje een domper, omdat ik het idee had dat dit dier dus wel besmet leek met Bsal.
De avond zat er bijna op en we stonden op het punt terug te keren richting bus, toen we in de verte wat lichten onze kant op zagen komen. We bleven op het pad staan en afwachten wat er onze kant op kwam. Het bleek de politie - vier man sterk - die ons staande hielden en vroegen wat we aan het doen waren. Ons verhaal over herping, kikkers en vuursalamanders sloeg natuurlijk helemaal nergens op, maar de politie geloofde ons gelukkig wel. Één van de agenten vond het een betere zaterdagavondbesteding en grapte dat het de eerste keer was dat hij deze woorden moest gebruiken in een rapport. Echter werden wij er wel op gewezen dat we na zonsondergang hier helemaal niet mochten zijn. Stiekem wisten we dat misschien wel, maar we speelden nog even van de domme. Nadat ze onze ID-bewijzen hadden gecontroleerd, keerden de agenten om en wij volgden hen op een rustiger tempo. Inmiddels begon het te regenen en moesten wij nog zeker 20 minuten door de stromende regen in het donker richting de bus lopen. Op de weg kwamen er door de regen vele kikkers en padden tevoorschijn en moesten we uitkijken waar we liepen. Onderweg nog wat foto’s gemaakt - indien dat lukte in verband met de regen - en zijn we weer veilig bij de bus aangekomen.
Wat bleek was dat één van de machinisten van de passerende treinen onze zaklampen in het bos langs het spoor had gezien en de politie heeft gewaarschuwd. We werden dus voor koperdieven aangezien, maar aangezien we duidelijk geen koper bij ons hadden, hield onze verklaring over kikkers en salamanders stand.








